Naar inhoud springen

-Ontstaan uit eigen ervaring

Mijn naam is Anne

24 april 2026

Op 24 april 2026 veranderde ons leven binnen vijf minuten volledig. Dit is mijn verhaal - en de reden dat Hulp na Woningbrand bestaat.

AFoto volgt

Wie ik ben

Mijn naam is Anne en ik ben getrouwd met Mart. Samen vormen wij een samengesteld gezin. Ik heb vier kinderen uit een eerder huwelijk, waarvan er nog twee thuis wonen: Rogier en Thijmen. Naast moeder ben ik verpleegkundige.

Mijn jongste zoon Thijmen is 23 jaar en heeft door een spierziekte een elektrische rolstoel. Hij kan niet zelfstandig zitten of liggen, maar gelukkig wel praten.

Daarnaast hadden wij vier Britse korthaar poesjes en één kater. Onze dieren waren echt onderdeel van ons gezin.

De avond van de brand

24 april 2026 veranderde ons leven binnen vijf minuten volledig.

Ik had Thijmen verzorgd en in bed gelegd. Mart en ik zaten rustig op de bank met een kop koffie toen Thijmen ineens riep:

Mam, ik ruik fik.

Hij klonk niet in paniek. Het was een zonnige dag, dus mijn eerste gedachte was dat iemand waarschijnlijk aan het barbecueën was. Ik liep naar Thijmens kamer, die op de begane grond zit, en deed de deur open.

Daar zag ik meteen een dikke rookdeken tegen het plafond hangen. Achter zijn hoofdbord zag ik vlammen.

Op dat moment bleef ik vreemd genoeg heel rustig. Ik riep alleen: “Er is brand.”

Alles ging ineens heel snel

Rogier en Mart kwamen direct aanrennen. Rogier tilde Thijmen uit bed en bracht hem naar buiten, naar het gras bij de buren. Ik belde 112 terwijl Mart probeerde te blussen met de tuinslang.

Toen ik had opgehangen, wilde ik terug naar binnen. Maar de rook was inmiddels zo dik, zwart en dreigend dat het niet meer mogelijk was. Mart stond nog in de tuin. Wij hebben geen achterom, dus ik wist niet of hij veilig weg kon komen.

En onze poesjes waren nog binnen.

Voor je gevoel duurt het een eeuw voordat je de sirenes van de brandweer hoort.

Chaos

Mensen renden heen en weer. Iedereen stelde vragen. Maar ik kon alleen maar denken aan Mart en onze katten. Op een gegeven moment kreeg ik mijn telefoon in mijn handen gedrukt. Mart belde. Hij was veilig buiten gekomen. Heel even kon ik ademhalen.

Thijmen lag inmiddels bij de buurvrouw op een dekentje op de grond. Daar kon ik voor het eerst heel even rustig naast hem zitten. De ambulance arriveerde. Gelukkig waren wij allemaal ongedeerd.

Thijmen heeft stalen pinnen in zijn rug om zijn lichaam te ondersteunen. Daarom vroeg ik of hij even meegenomen kon worden zodat hij normaal kon liggen. Maar omdat hij geen rook had ingeademd, gebeurde dat niet. Protocol. Zelfs toen ik uitlegde dat hij pijn kreeg van het liggen op de grond, veranderde dat niets.

Onze katten

Even later kwam een agent binnen met de vraag hoeveel katten er nog in huis waren. Mijn eerste vraag was meteen: “Zijn ze eruit?”

“Drie,” zei hij. Maar aan zijn gezicht zag ik al dat het geen goed nieuws was.

Nog voordat ik echt kon beseffen wat er gebeurde, hoorde ik ineens: “Deze leeft nog.” Onze Foxy. Ze was helemaal zwart van de rook, terwijl ze eigenlijk licht oranje is. Ik maakte voorzichtig haar bekje schoon met een doekje. Ondertussen was Stichting Salvage druk bezig om hulp en opvang voor Thijmen te regelen.

Toen de chauffeur van de dierenambulance binnenkwam, vroeg hij of ik afscheid wilde nemen van Lilly, Jill, Snuwy en Spookie. Ik heb ervoor gekozen dat niet te doen. Ze waren nog zo jong. Ik wilde ze herinneren zoals ze waren. Foxy werd meegenomen naar de dierenarts.

Opvang zoeken

Ondertussen waren meerdere mensen aan het bellen om een plek te vinden waar Thijmen goed verzorgd kon worden. Maar overal liepen we tegen hetzelfde woord aan: “protocol.” Tot iemand zei: “Medipoint is 24 uur per dag bereikbaar. Misschien kunnen zij een bed naar een hotel brengen.” En gelukkig lukte dat.

Toen het vuur geblust was en het rustiger werd in de straat, ben ik even naar ons huis gelopen. Ons paleisje. Onherkenbaar. Het voelde alsof ik naar een spookhuis keek.

Ons paleisje. Onherkenbaar.

De eerste nacht

We werden naar een hotel gebracht. Maar slapen doe je niet. Je denkt alleen maar: Waarom? Hoe? Wat nu? En vooral: wat was de oorzaak?

Later bleek dat een mobiele airco kortsluiting had gemaakt.

En dan beginnen de gedachten. Wat als het 's nachts was gebeurd? Wat als we boven hadden geslapen? Had ik onze katten nog moeten roepen? Dat blijft door je hoofd gaan.

Wordt vervolgd…

- Anne